“Passend Onderwijs past nog niet”, een bestuurlijke reflectie

Geplaatst door: Rob Franken 14 september 2011, 14:16

 

Drie onderwijsorganisaties organiseerden afgelopen maandag een conferentie, geheel gewijd aan Passend Onderwijs. OMO, Orion en ROC West-Brabant hebben de handen ineen geslagen om nog eens heel indringend te reflecteren op de mogelijkheden en onmogelijkheden van het wetsvoorstel Passend Onderwijs.

 

Leerlingen, ouders, docenten, gemeentebestuurders en ondergetekende voerden het woord in een uitpuilende zaal met 260 deelnemers, waaronder de minister van OC&W, mevrouw Marja van Bijsterveldt. Voor een algeheel verslag van de conferentie kunt u terecht op de website van OMO. Hieronder een samenvattende bijdrage die tijdens de conferentie werd gedaan namens de schoolbesturen.

 

  1. Passend Onderwijs, zo lijkt het overwegend kent inmiddels een redelijk groot draagvlak. Dit is ook voor de hand liggend omdat dit wetsvoorstel een sterk appèl doet op maatwerk, kansen voor leerlingen, passend onderwijs dus voor elk kind. Overwegend positief, al worden ook de pijnpunten scherp gevoeld. We willen vanochtend stil staan bij de vraag of dit wetsvoorstel nu af is, voldoende doordacht en voldoende integraal.

  2. De versterkte rol van de samenwerkingsverbanden zoals beschreven in het wetsvoorstel, biedt mogelijkheden tot flexibiliteit en regionale inkleuring. Op dat punt klinken somtijds ook nog wel zorgelijke geluiden, maar bovenal moet toch overwegend positief geduid worden dat kennis van de regionale behoeften en zeker ook van de regionale expertise door samenwerkingsverbanden benut kan worden voor een passende match tussen vraag en aanbod, tussen zorg voor dit kind en de bijbehorende expertise.

  3. Het doel van Passend Onderwijs is niet het belang van de ene of de andere sector of school, het doel is steeds weer dat “ene kind met zijn of haar bagage, zijn of haar talenten en zijn of haar grote of kleine rugzak”. Als bestuurder kan en wil ik niet anders zeggen dat op basis van het uitgangspunt dat "elk kind er toe doet" periodiek de systematiek waarlangs wij dat kind optimaal willen bereiken en bedienen, fundamentele reflectie behoeft. Immers, talenten van kinderen moeten werkelijk tot hun recht komen. Ethische overwegingen - wij kunnen en mogen toch geen kind in de kou laten staan - en overwegingen van sociaaleconomische aard - wij kunnen het ons ook niet permitteren - reiken elkaar in Passend Onderwijs de hand. De grote vraag is natuurlijk of deze voorgenomen wet dit denken en vooral dit handelen echt mogelijk maakt. Dit wetsvoorstel is  principieel gebaseerd op  "het over de schaduw van de eigen belangen heen kunnen stappen". Een krachtige horizontale verankering tussen scholen onderling, met de gemeenten in de regio en ondersteunende instellingen, is daarbij voorwaardelijk voor duurzaam succes.

  4. Maar er is nog iets. Beschouwt u het maar als een bestuurlijke hartenkreet. Laat Passend Onderwijs geen geïsoleerd beleidsplan zijn dan wel blijven. Zoals het heden gekend wordt vanuit het verleden en de toekomst gekend en gekleurd wordt door het heden, zo geldt dat ook voor een, dit kind. Dat kind komt uit het basisonderwijs, stapt over naar het voortgezet onderwijs met het toekomstperspectief van Beroepsonderwijs - MBO en HBO - en Wetenschappelijk Onderwijs. Laten we dit wetsvoorstel nu eens beschouwen als een verbindend element tussen de longitudinale sectoren in het onderwijs. Tussen de opvolgende sectoren beginnen we zo graag en zo vaak helaas, weer opnieuw. Maar laat ons onderwijsbestel in de toekomst gekend worden door, naast een horizontale verankering in de regio ook een verticale verankering tussen de opvolgende sectoren van onderwijs. Laat de filosofie talent oriented herkenbaar zijn, in elke onderwijssector. Horizontaal en vertikaal verankerd denken, dus.

  5. Maar aan dit wetsvoorstel is ook een groot pijnpunt gekoppeld. Nieuw onderwijskundig denken - en dat is Passend Onderwijs - vraagt ook om nieuwe perspectieven met betrekking tot de opbrengsten van onderwijs. Talent oriented onderwijs vraagt ook talent oriented beoordelen en meten. Daarbij gaat het niet louter om cognitieve talenten, hoe belangrijk ook, maar het gaat zeker ook om de meervoudige talenten van kinderen. We mogen ze niet laten liggen- ethiek- en we kunnen het ons niet permitteren - sociaaleconomisch. Het gaat dan veel meer om de toegevoegde waarde van onderwijs en excellentie en dat verdraagt zich niet met de huidige rigide systematiek van meten en rendementsbeoordelingen. Daarmee staat Passend Onderwijs op gespannen voet. Nieuw onderwijskundig denken vraagt ook om nieuw denken in termen van kwaliteit en kwantiteit. En deze drie organiserende organisaties in Brabant vragen de minister dan ook met klem om dat nieuwe kwalitatieve en kwantitatieve denken mogelijk te maken en te doen ontwikkelen. De docent in de klas heeft het gevoel het kind uit het oog te verliezen door de bril van het huidige rendementsdenken. En deze gap tussen de bestuurder en de docent moet worden opgelost. Deze gap mag niet blijven bestaan.

Tenslotte, een dringende oproep aan de minister.

 

  1. Mevrouw de minister, als u die weg met ons zou willen gaan dan zijn deze drie onderwijsorganisaties gaarne bereid om daartoe het voortouw te nemen. Er is een eeuwen- en eeuwenoud verhaal dat zegt "geen talent mag onder de korenmaat verborgen blijven". Maar dat aloude verhaal is nog steeds meer dan actueel. Laten we er werk van maken.

 

Rob Franken

 

 

 

 

Reacties

14-9-2011 15:56:31 #

Dag Rob,
Jouw oproep om geen talent verloren te laten gaan sluit aan bij mijn eerdere brief aan de minister waarin ik haar wees op de parabel van de talenten, waarbij ik doelde op de leerling met beperkte talenten die desondanks ervoor kiest die te gebruiken! Denk daarbij aan de miskenning van de praktijkschool- en aka leerling die door de minister worden gezien als mislukt omdat ze geen startkwalificatie haalden, maar eel hun hoogst haalbare resultaat behaalden!
Zij verdienen respect en de school die ze begeleidt een premie ipv een boete!
Sterken kunnen misschien voor zichzelf zorgen...zwakkeren hebben ons meer nodig maar zijn minstens even waardevolle medemensen.

Paul Eijgendaal

10-10-2011 22:37:47 #


Beste Rob,

Aansluitend wil ik een idee van de hand doen.
Pas kwam ik een A4'tje tegen van de ouderavond van de kleuterklas van onze zoon, aantekeningen die ik zelf had gemaakt. Daarop stonden een aantal kwaliteiten van hem, gezien door de kleuterjuf tijdens zijn spel. Inmiddels 13 jaar later herken ik in zijn studiekeuze deze kwaliteiten.
Mijn idee: Laat ieder mentor van zijn leerlingen/studenten, bij ieder rapport/POP 1 kwaliteit beschrijven die zij/hij heeft gezien/gehoord/gevoeld. Laten we hiermee dus bij groep 1, basisschool, beginnen en jaarlijks 3-4 cadeautjes geven door steeds 1 kwaliteit te beschrijven.
Zo voorkom je ook dat een leerling geen positieve kwaliteiten van zichzelf kan benoemen, zoals ik menig keer tegenkom bij de Assertiviteit/Faalangst reductie trainingen die ik verzorg binnen het ROCWB VMBO.

Annie Neequaye-Snijders

Reactie plaatsen




biuquote
  • Reactie
  • Live voorbeeld
Loading