Tijdens de vergadering van directeuren en diensthoofden met de Raad van Bestuur werd gisterochtend een lange agenda afgewerkt met een groot aantal essentiële gespreksonderwerpen. Eén agendapunt betrof de eerste bevindingen van de medewerkerenquête, die onlangs is gehouden.
Het onderwerp was leiderschap binnen ROC West-Brabant. De inleiding van dat onderzoek bestond uit mijn weblog van januari ‘Als horen luisteren wordt’. Op die blog werd de hele vragenlijst gebaseerd. Ongeveer 225 leden van een vast intern panel hebben de enquête ingevuld. Op ROC-niveau een zeer representatieve onderzoeksgroep, kortom, de resultaten gelden voor het hele ROC. Op niveau van de colleges en scholen is die hoge betrouwbaarheid er zeker niet, maar is wel sprake van een duidelijke aanwijzing, een sfeertekening met heldere contouren.
De belangrijkste uitkomsten
In een groot aantal vragen konden de panelleden een indruk geven van het gedroomde leiderschap, welke kwaliteiten van leiderschap stimuleren ons het meest?
Opvallend is de grote, bijna massale overeenstemming op dit punt. Leest u de ‘oude’ blog nog eens na om de begrippen goed te kunnen duiden. We hebben een zeer gemeenschappelijk beeld over het wenselijk geachte leiderschap en dat is een mooi begin.
Hoe wordt het leiderschap binnen de organisatie in de praktijk ervaren? Hoe ver staan we af van dat gedroomde leiderschap?
Op dit punt ontstaan stevige verschillen waarbij geen harde conclusies kunnen worden getrokken omdat de aantallen deelnemers per college en school afzonderlijk te klein zijn. Wel lijkt het er op dat in sommige organisatieonderdelen meer dan in andere, sprake is van welbegrepen management en een team van medewerkers dat in zijn kracht wordt aangesproken. Soms is er sprake van een grote gap tussen gedroomd en ervaren leiderschap, soms ook van een hele kleine gap. Het laatste is heel mooi, het eerste is een serieus aandachtspunt.
Een derde thema bestond uit de vraag of de term Kgosi niet een aardig alternatief zou zijn voor de term van teamvoorzitter.
Wel, daar is het panel helder in geweest. Een mooie inhoud, maar te cultuurvreemd. Niet doen, dus. Ok, ik zoek verder.
Een vierde thema was gericht op een sfeertekening van school, dienst of college. Dan moet u denken aan zaken als sfeer op school, teamwork, servant leadership, benutten van persoonlijke kwaliteiten maar ook beslissingen nemen en knopen doorhakken. Ook dat laatste wordt van leidinggevenden verwacht.
Ook hier weer forse verschillen tussen de verschillende onderdelen in onze organisatie.
Hoe verder?
Wat gaan we met deze uitkomsten doen, wat is de voortgang? Wat vraagt serieuze aandacht en waar kunnen we van elkaar leren? Dat zijn vragen die ertoe doen. Het panel is immers ingericht om ons op het juiste spoor te zetten. In het directieberaad bestond grote overeenstemming op dit punt.
Daartoe heb ik drie mensen aangewezen die tenminste in 5 colleges gesprekken gaan voeren. Deze commissie bestaat uit Bert Bos (lid Raad van Bestuur en voorzitter van het ‘onderzoeksteam’), Kees Rijgersberg en Han Schmeits en zal worden ondersteund door Esther Stukker van de dienst Marketing en Communicatie.
In die gesprekken zal het erover gaan dat er bij enkele colleges sprake is van een hele kleine gap, terwijl bij enkele andere colleges juist sprake is van een grote gap. Van de eerste willen we graag weten wat het ‘geheim’ van de positieve score is, van de laatste of we ons zorgen moeten maken of dat sprake is van een sfeerbeeld door bijvoorbeeld verklaarbare omstandigheden. Bert en zijn mensen gaan in elk geval gesprekken voeren met het hele management, met de deelraad medezeggenschap en mogelijk met nog meer collega’s binnen de organisatie. Hij start vandaag al met zijn werk. Als zijn rapport binnen is, nemen we besluiten over de voortgang.
Ik ben de leden van het medewerkerpanel die meegewerkt hebben aan deze enquête dankbaar voor hun bijdrage.
Rob Franken