Medewerkerenquête in directieberaad

Geplaatst door: Rob Franken 9 maart 2010, 18:04

 

Tijdens de vergadering van directeuren en diensthoofden met de Raad van Bestuur werd gisterochtend een lange agenda afgewerkt met een groot aantal essentiële gespreksonderwerpen. Eén agendapunt betrof de eerste bevindingen van de medewerkerenquête, die onlangs is gehouden.

 

Het onderwerp was leiderschap binnen ROC West-Brabant. De inleiding van dat onderzoek  bestond uit mijn weblog van januari ‘Als horen luisteren wordt’.  Op die blog werd de hele vragenlijst gebaseerd. Ongeveer 225 leden van een vast intern panel hebben de enquête ingevuld. Op ROC-niveau een zeer representatieve onderzoeksgroep, kortom, de resultaten gelden voor het hele ROC. Op niveau van de colleges en scholen is die hoge betrouwbaarheid er zeker niet, maar is wel sprake van een duidelijke aanwijzing, een sfeertekening met heldere contouren.

 

De belangrijkste uitkomsten

 

In een groot aantal vragen konden de panelleden een indruk geven van het gedroomde leiderschap, welke kwaliteiten van leiderschap stimuleren ons het meest?

Opvallend is de grote, bijna massale overeenstemming op dit punt. Leest u de ‘oude’ blog nog eens na om de begrippen goed te kunnen duiden. We hebben een zeer gemeenschappelijk beeld over het wenselijk geachte leiderschap en dat is een mooi begin.

 

Hoe wordt het leiderschap binnen de organisatie in de praktijk ervaren? Hoe ver staan we af van dat gedroomde leiderschap?

Op dit punt ontstaan stevige verschillen waarbij geen harde conclusies kunnen worden getrokken omdat de aantallen deelnemers per college en school afzonderlijk te klein zijn. Wel lijkt het er op dat in sommige organisatieonderdelen meer dan in andere, sprake is van welbegrepen management en een team van medewerkers dat in zijn kracht wordt aangesproken. Soms is er sprake van een grote gap tussen gedroomd en ervaren leiderschap, soms ook van een hele kleine gap. Het laatste is heel mooi, het eerste is een serieus aandachtspunt.

 

Een derde thema bestond uit de vraag of de term Kgosi niet een aardig alternatief zou zijn voor de term van teamvoorzitter.

Wel, daar is het panel helder in geweest. Een mooie inhoud, maar te cultuurvreemd. Niet doen, dus. Ok, ik zoek verder.

 

Een vierde thema was gericht op een sfeertekening van school, dienst of college. Dan moet u denken aan zaken als sfeer op school, teamwork, servant leadership, benutten van persoonlijke kwaliteiten maar ook beslissingen nemen en knopen doorhakken. Ook dat laatste wordt van leidinggevenden verwacht.

Ook hier weer forse verschillen tussen de verschillende onderdelen in onze organisatie.

 

Hoe verder?

 

Wat gaan we met deze uitkomsten doen, wat is de voortgang? Wat vraagt serieuze aandacht en waar kunnen we van elkaar leren? Dat zijn vragen die ertoe doen. Het panel is immers  ingericht om ons op het juiste spoor te zetten. In het directieberaad bestond grote overeenstemming op dit punt.

Daartoe heb ik drie mensen aangewezen die tenminste in 5 colleges gesprekken gaan voeren. Deze commissie bestaat uit Bert Bos (lid Raad van Bestuur en voorzitter van het ‘onderzoeksteam’), Kees Rijgersberg en Han Schmeits en zal worden ondersteund door Esther Stukker van de dienst Marketing en Communicatie.

 

In die gesprekken zal het erover gaan dat er bij enkele colleges sprake is van een hele kleine gap, terwijl bij enkele andere colleges juist sprake is van een grote gap. Van de eerste willen we graag weten wat het ‘geheim’ van de positieve score is, van de laatste of we ons zorgen moeten maken of dat sprake is van een sfeerbeeld door bijvoorbeeld verklaarbare omstandigheden. Bert en zijn mensen gaan in elk geval gesprekken voeren met het hele management, met de deelraad medezeggenschap en mogelijk met nog meer collega’s binnen de organisatie. Hij start vandaag al met zijn werk. Als zijn rapport binnen is, nemen we besluiten over de voortgang.

 

Ik ben de leden van het medewerkerpanel die meegewerkt hebben aan deze enquête  dankbaar voor hun bijdrage.

 

Rob Franken

 

 

Reacties

31-3-2010 16:58:06 #

Beste Rob,

Bij de start van de medewerkersenquete heb je aangegeven dat je daarin een aantal ideeën wil ventileren in het kader van de ontwikkeling van het nieuwe ROC beleidsplan. Uitstekend idee, waar ik dan ook graag aan mee wil werken.
Nu worden de niet-representatieve resultaten van deze enquete echter voor andere doelen gebruikt. Deelnemers aan de enquete hebben hiervoor niet deelgenomen en de vraagstelling was ook niet gericht op het vellen van een oordeel. Daarnaast zijn de deelnemers geen representatieve vertegenwoordiging van de diverse organisatieonderdelen. Ik denk dat met name constructief-kritische medewerkers hieraan meedoen.

Ik vraag je voortaan vooraf duidelijk te communiceren waarvoor je de resultaten gaat gebruiken. Zo niet, dan overweeg ik mijn deelname aan dit uitstekende initiatief stop te zetten.

Met vriendelijke groet,

Wim van Geffen

Wim van Geffen

31-3-2010 16:59:11 #

Beste Wim,
  
Dank voor je constructief-kritische reactie. Zo ken ik dat van je en dat is goed.
Mijn reactie heeft op zich laten wachten in verband met mijn enigszins overspannen agenda. Allerlei procedures, benoemingsprocedures directeuren colleges en lid Raad van Bestuur bijvoorbeeld vragen veel extra tijd. Toch reageer ik graag op je e-mail.

•  Zoals iedereen binnen het ROC weet – of in elk geval kan weten – hecht ik zeer veel waarde en betekenis aan de kwaliteit van het leiderschap, dus de kwaliteit van bestuur en management. 3.000 medewerkers en bijna 30.000 leerlingen en studenten mogen dat van ons vragen, elke dag weer.
•  Een tweede vertrekpunt is mijn opvatting dat anticiperende transparantie uitermate waardevol is en een effectief middel in de huidige discussie over de kwaliteit van onderwijsinstellingen. Anders gezegd, wij hebben de inspectie of de staatssecretaris niet nodig om ook de punten waar we nog veel werk te doen hebben, publiekelijk te melden. Zie daarvoor het jaarverslag 2008, rubriek “name & fame” en “name & shame”. Als je de laatste rubriek goed leest, dan zul je zien dat ik ook mezelf daarin niet heb gespaard. Zeer ongebruikelijk in onderwijsland. Wellicht niet leuk als je in die rubriek voorkomt, maar als de feiten kennelijk zo liggen dan moet dat maar. En natuurlijk is dat naast het afleggen van verantwoording vooral bedoeld als een prikkel voor een kwaliteitsslag. Onderwijs staat in de huidige maatschappelijke discussie op voorhand steeds op achterstand omdat er voortdurend reactief wordt gereageerd. Dus eigen publieke presentatie van verbeterpunten is geen zwakte maar juist een kracht van een zelfbewuste organisatie. Zo mag iedereen weten dat ROC West-Brabant over het eigen leiderschap nadenkt en spreekt. En wees er maar van overtuigd dat er toch over gesproken wordt en misschien wel juist als je het zelf niet doet.
•  Nu het panel, een zeer fundamentele verrijking van het beleid. Immers tot heden verlopen discussies veelal langs hiërarchische lijnen – rvt, rvb, dir, afd, cmr, dmr, enz, - maar de moderne communicatiemiddelen maken discussie en debat mogelijk dwars door alle lagen heen en dat is fantastisch. De medewerker op de werkvloer krijgt daarmee directe invloed op beleidsthema’s en daarmee kan de bestuurlijke agenda (nog) meer in lijn worden gebracht met de agenda van de werkvloer. Dan gaat het steeds om de vraag of we een beleidsvisie delen en indien dat het geval is, hoe ver we verwijderd zijn of hoe dichtbij genaderd in de ervaring van alle dag.
•  Dat is het bijzondere van dit panel: Invloed op beleidsdoelen en invloed op de marsroute naar gezamenlijke idealen. Dat heeft ook helemaal niets van doen met een beoordeling, laat staan een veroordeling. Uit de eerste enquête blijkt een overweldigende gemeenschappelijkheid over ideale noties van leiderschap. Ik ben zeer aangenaam verrast door de massale instemming met mijn in de weblog beschreven kwaliteiten en competenties. De conclusie mag zijn dat RvB en medewerkers kennelijk op dit thema identieke opvattingen hebben en dus mag van mij verwacht worden dat ik mijn bestuurlijke agenda daar op afstem. Om te beginnen in “Onderwijs met Passie 2010-2015”. En daarnaast, zittend en nieuw management zal ik met die lijn confronteren om stappen te zetten in de gewenste richting. Het is een soort referentiekader dat steeds weer op de agenda staat. Geen beoordelen, maar wel spiegelen, coachen en begeleiden. En bij nieuwe benoemingen leggen we de toetssteen bij, samengevat, “servant leadership”. Daarnaast zijn alle betrokkenen opgeroepen om de uitkomsten van de enquête in eigen managementteams te bespreken. Kan het mooier?
•  Om redenen van zorgvuldigheid maar vooral om te leren van de uitkomsten heb ik vervolgens Bert Bos gevraagd om met enkele mensen nog eens de diepte in te gaan. En dan met name bij instellingen met een score aan de uitersten van het spectrum, instellingen met een grote gap tussen droom en werkelijkheid en instellingen met een kleine gap. Ik ben zeer benieuwd naar zijn bevindingen over enkele maanden.
•  Tenslotte nog dit. Er is inmiddels een datum vastgesteld voor de tweede debatmeeting tussen panel en rvb. Uiteraard zal ik dan de wederzijdse verwachtingen aan de orde stellen zodat we nog “scherper aan de wind” kunnen opereren met als enige doelstelling door te groeien naar het niveau van een topinstelling. Daar hoort publiek kwetsbaar opstellen overigens onlosmakelijk bij. Wellicht kan deze communicatie tussen jou en mij dan op de agenda worden geplaatst. Dan kan eenieder zich er over uitspreken.

Wim, blijf me kritisch volgen. Zo ken ik je en ik ervaar dat als zeer waardevol.

Met een vriendelijke groet,

Rob Franken

R. Franken

8-4-2010 16:55:24 #

Beste Rob,
Ik wil opmerken dat ik de reactie van Wim van Geffen volledig ondersteun. Ik ben wel blij met jouw uitgebreide reactie van 31 maart j.l., die al wat meer duidelijkheid geeft (anticiperende transparantie?).
Wel wil ik toch m’n zorgen uitspreken over de gekozen strategie en werkwijze. Zoals al eerder door Wim is opgemerkt,  hebben de niet-representatieve resultaten van de medewerkerenquête jou ertoe gebracht om een commissie in te stellen die nader onderzoek gaat verrichten. Het instellen van een dergelijke onderzoekscommissie roept bij mij het gevoel op van het instellen van een parlementaire onderzoekscommissie. Zo’n commissie gaat immers ook onderzoeken hoe iets nu eigenlijk zit,  zij probeert “de waarheid” boven tafel te krijgen.
Ik vind de gekozen werkwijze behoorlijk “zwaar” aangezet en ook komt de vraag bij mij naar boven wat de vervolgstappen zullen worden. Je geeft in je reactie aan dat op basis van het rapport wordt besloten hoe er verder zal worden gegaan; aan welke mogelijkheden moet ik dan denken?

Je merkt dat ik ook niet zo blij ben met het feit dat de resultaten van de medewerkerenquête op deze manier worden gebruikt. Ik had het veel beter gevonden als er in eerste instantie intern bij de colleges nader onderzoek uitgevoerd had geworden. Een representatiever onderzoek onder de medewerkers per college geeft een veel duidelijker en beter beeld van hoe “ideaal” leiderschap ingevuld dient te worden afgezet tegen de huidige situatie. Jammer…..

Walter Buitendijk

9-4-2010 13:54:04 #

Beste Rob,

Als deelnemer aan het digitaal medewerkerpanel ondersteun ik de reactie van Wim. Ik was verrast in jouw blog te lezen hoe de resultaten op instituutsniveau geïnterpreteerd worden en de manier waarop je er consequenties aan verbindt.

Natuurlijk ben ik blij met het initiatief van een medewerkerpanel en natuurlijk ben ik voor transparantie. Maar de manier waarop dit is gecombineerd vind ik ongelukkig gekozen. Het doel van het panel was en is input geven aan de totstandkoming van het nieuwe strategisch beleidsplan. Om dan deze uitkomsten op operationeel niveau meteen breed uit te meten vind ik niet terecht:
•  De medewerkers hebben met een bepaald doel voor ogen de enquête ingevuld die een andere benadering van de vragen tot gevolg heeft.
•  De uitkomsten zijn op instituutsniveau niet representatief. Naar mijn idee niet alleen vanwege de steekproefomvang maar ook vanwege de mogelijke interpretatieverschillen van de vragen. Het gezichtspunt van een medewerker is sterk afhankelijk van zijn of haar plaats in de organisatie. Omdat dit niet (zichtbaar) is meegenomen in de resultaten krijg je hierdoor mogelijk ook een vertekend beeld.
•  Doordat de uitkomsten niet representatief zijn op instituutsniveau kan er ook niet gesproken worden van feiten, misschien zelf niet eens van trends, voordat er nader onderzoek is gedaan. Ik ben het dus wel met je eens dat nader onderzoek wenselijk is, maar het instellen van “een commissie” impliceert een negatieve benadering: “er zal wel iets fout zitten”. Dit heeft eerder een stigmatiserend dan relativerend effect.
•  Met je toelichting op de reactie van Wim breng je wel een nuance aan op deze blog, maar de toon was al gezet. Dat vind ik jammer. Ik had het een sierlijker oplossing gevonden om de instituten eerst zelf de kans te geven om de uitkomsten na te gaan en toe te lichten, naar mijn idee past dat ook beter bij de organisatiekeuze van het ROC voor (relatief) autonome instituten met een eigen identiteit.

Persoonlijk voel ik me op het verkeerde been gezet door hoe er met de uitkomsten van het panel wordt omgegaan. Ook hierbij sluit ik mij aan bij de reactie van Wim. Duidelijkere communicatie vooraf had deze misverstanden waarschijnlijk voorkomen.

Met vriendelijke groet,

Erwin van de Pol

Erwin van de Pol

Reactie plaatsen




biuquote
  • Reactie
  • Live voorbeeld
Loading