Van ‘Passend Onderwijs’ naar ‘Inclusief Onderwijs’

Geplaatst door: Rob Franken 26 maart 2012, 14:13

Al eerder schreef ik een weblog over Passend Onderwijs. Nu was er weer een goede aanleiding. Het bezoek van onze minister in een week van rumoer en actie rondom dit beladen onderwerp. Ik sprak erover met een viertal collega’s.

Minister op bezoek vanwege VSV

Vorige week was Marja van Bijsterveldt te gast op Scala. Daar gaf zij met vele bestuurders van gemeenten en onderwijsinstellingen het startschot voor het tweede convenant VSV. In onze regio omdat onze scores door de gezamenlijke inzet van velen in positieve zin opvallen. Een mooie bijeenkomst. Belangrijkste doelstelling: het verder terugbrengen van het aantal schoolverlaters. Op dat beleidsterrein krijgt ze veel steun, maar dat is bepaald niet het geval op een ander, aanpalend  beleidsterrein: ‘Passend Onderwijs’.

In gesprek met de minister

Ik ben in gesprek met 4 collega's van Scala. Alle 4 juichen VSV-beleid toe, willen er ook alles aan doen maar de ontwikkeling rondom Passend Onderwijs raakt hun hart. "Hoe kunnen we de zwakste leerlingen nu in de kou laten staan?", is hun vraag. "Rob, dit beleid leidt in de toekomst tot weer andere VSV’ers" en "we voelen ons zelfs nog onvoldoende toegerust voor de huidige groepen leerlingen met hun enorme diversiteit aan rugzakjes en leerproblemen, laat staan dat we nog nieuwe doelgroepen kunnen opnemen".  Zij kregen de gelegenheid om in een gesprek met de minister hun gevoelens en opvattingen voor te leggen. Het was een goed gesprek, een gesprek van hart-tot-hart, hier moet de minister iets mee doen, was het gevoel na afloop. 

Spreken vanuit het hart

Het gesprek is een uur lang een demonstratie van betrokkenheid, van spreken vanuit een onderwijshart, van enorme zorg voor leerlingen en medewerkers. Dit werd gezegd:
"We zijn niet tegen Passend Onderwijs, we zijn zelfs voor maar niet op deze wijze. Niet in dit tempo, niet met deze bezuinigingen, niet zonder scholing en training. Geld, tijd en expertise zijn voorwaarden voor welslagen en dan willen we zelfs wel verder gaan, we willen naar Inclusief Onderwijs.
Elk kind een plek in het reguliere onderwijs als opmaat voor de stap naar de samenleving maar niet op deze wijze. Voordat we zover zijn, moet er nog zoveel gebeuren en dan moet het beleid echt om. Nu dreigen kinderen en hun ouders de dupe te worden en kunnen wij, leerkrachten niet datgene bieden wat nodig is. En dat is slecht voor dat kind maar het gaat ook ten koste van ons.
En weet je, Rob, wij snappen het ook niet. 300 mio bezuinigen op Passend Onderwijs en 250 mio uitgeven aan prestatiebeloning waar niemand op zit te wachten. Schrap dat geld maar tegen elkaar weg, probleem (bijna) opgelost.”

De lat omhoog: hoe?

Als bestuurder kan ik niet anders zeggen dan dat deze collega's een meer dan serieus punt hebben. Wat staat er allemaal niet op de beleidsrol in dit tijdperk ‘post-Dijsselbloem’. De gelijknamige commissie bepleitte enkele jaren geleden toch terughoudend beleid, voor het ontwikkelen van expertise en het creëren van adequate randvoorwaarden vooraf, voor versobering van onderwijsbeleid omdat grote ontwikkelingsprocessen vanaf de tekentafels van OC&W niet altijd succesvol zijn geweest. Om bij dit laatste punt  van het tegendeel maar te zwijgen.
We zouden toch leren van die harde lessen uit het verleden? Het lijkt ver weg. Nee, een stelselwijziging wordt het niet genoemd maar wat is het dan wel in vmbo en mbo? Een willekeurige en slechts zeer beperkte greep uit een ‘rijk’ assortiment beleidsvoornemens:

• Passend Onderwijs
• Taakstelling VSV
• Centrale examens Nederlands, Engels, rekenen/wiskunde
• Nieuwe toetsingskaders voor toezicht
• Wijziging en implementatie nieuwe kwalificatiestructuur
• Invoeren kwaliteitszorgsystemen
• Verkorting mbo
• Intensivering mbo
• Prestatiebeloning
• Macrodoelmatige spreiding van onderwijs
• Digitalisering van onderwijscontent
• Werken in Resultaat Verantwoordelijke Teams
• Doorstroom vmbo/mbo en mbo/hbo
• Realiseren van passend zorgbeleid, handelingsplannen ontwikkelen en uitvoeren
• Invoeren domeinstructuur
• internationalisering, EQF en NLQF
• ......................... 

Want: de lat moet omhoog. Maar kan dat op deze wijze? Voor veel van bovenstaande beleidsthema's is afzonderlijk veel te zeggen, maar is het allemaal uitvoerbaar in z'n samenhang of juist ontbrekende samenhang? Is het allemaal uitvoerbaar binnen de tijdskaders zoals nu gesteld? Zoals een inleider elders het vorige week tot uitdrukking bracht: "Laten we nu maar vast de dossiers aanleggen en verzamelen voor de parlementaire onderzoekscommissie welke in 2020 ongetwijfeld zal worden ingericht om onderzoek te doen naar de achterblijvende onderwijskwaliteit en oorzaken voor het  schrijnende gebrek aan belangstelling voor onderwijsstudies.”
Een van de gespreksdeelnemers verwoordt, "mevrouw de minister, geef ons een beetje rust. Pas dan kunnen wij alles doen wat nodig is om de kwaliteiten van elk kind maximaal aan te spreken en tot bloei te brengen. Daarvoor zijn we het onderwijs in gegaan. Maar geef ons rust, draai ons niet over de kop.“

Wat een voorrecht om met zoveel passie en betrokkenheid aan tafel te mogen zitten.     

Rob Franken

-

 

 

“Passend Onderwijs past nog niet”, een bestuurlijke reflectie

Geplaatst door: Rob Franken 14 september 2011, 14:16

 

Drie onderwijsorganisaties organiseerden afgelopen maandag een conferentie, geheel gewijd aan Passend Onderwijs. OMO, Orion en ROC West-Brabant hebben de handen ineen geslagen om nog eens heel indringend te reflecteren op de mogelijkheden en onmogelijkheden van het wetsvoorstel Passend Onderwijs.

 

Leerlingen, ouders, docenten, gemeentebestuurders en ondergetekende voerden het woord in een uitpuilende zaal met 260 deelnemers, waaronder de minister van OC&W, mevrouw Marja van Bijsterveldt. Voor een algeheel verslag van de conferentie kunt u terecht op de website van OMO. Hieronder een samenvattende bijdrage die tijdens de conferentie werd gedaan namens de schoolbesturen.

 

  1. Passend Onderwijs, zo lijkt het overwegend kent inmiddels een redelijk groot draagvlak. Dit is ook voor de hand liggend omdat dit wetsvoorstel een sterk appèl doet op maatwerk, kansen voor leerlingen, passend onderwijs dus voor elk kind. Overwegend positief, al worden ook de pijnpunten scherp gevoeld. We willen vanochtend stil staan bij de vraag of dit wetsvoorstel nu af is, voldoende doordacht en voldoende integraal.

  2. De versterkte rol van de samenwerkingsverbanden zoals beschreven in het wetsvoorstel, biedt mogelijkheden tot flexibiliteit en regionale inkleuring. Op dat punt klinken somtijds ook nog wel zorgelijke geluiden, maar bovenal moet toch overwegend positief geduid worden dat kennis van de regionale behoeften en zeker ook van de regionale expertise door samenwerkingsverbanden benut kan worden voor een passende match tussen vraag en aanbod, tussen zorg voor dit kind en de bijbehorende expertise.

  3. Het doel van Passend Onderwijs is niet het belang van de ene of de andere sector of school, het doel is steeds weer dat “ene kind met zijn of haar bagage, zijn of haar talenten en zijn of haar grote of kleine rugzak”. Als bestuurder kan en wil ik niet anders zeggen dat op basis van het uitgangspunt dat "elk kind er toe doet" periodiek de systematiek waarlangs wij dat kind optimaal willen bereiken en bedienen, fundamentele reflectie behoeft. Immers, talenten van kinderen moeten werkelijk tot hun recht komen. Ethische overwegingen - wij kunnen en mogen toch geen kind in de kou laten staan - en overwegingen van sociaaleconomische aard - wij kunnen het ons ook niet permitteren - reiken elkaar in Passend Onderwijs de hand. De grote vraag is natuurlijk of deze voorgenomen wet dit denken en vooral dit handelen echt mogelijk maakt. Dit wetsvoorstel is  principieel gebaseerd op  "het over de schaduw van de eigen belangen heen kunnen stappen". Een krachtige horizontale verankering tussen scholen onderling, met de gemeenten in de regio en ondersteunende instellingen, is daarbij voorwaardelijk voor duurzaam succes.

  4. Maar er is nog iets. Beschouwt u het maar als een bestuurlijke hartenkreet. Laat Passend Onderwijs geen geïsoleerd beleidsplan zijn dan wel blijven. Zoals het heden gekend wordt vanuit het verleden en de toekomst gekend en gekleurd wordt door het heden, zo geldt dat ook voor een, dit kind. Dat kind komt uit het basisonderwijs, stapt over naar het voortgezet onderwijs met het toekomstperspectief van Beroepsonderwijs - MBO en HBO - en Wetenschappelijk Onderwijs. Laten we dit wetsvoorstel nu eens beschouwen als een verbindend element tussen de longitudinale sectoren in het onderwijs. Tussen de opvolgende sectoren beginnen we zo graag en zo vaak helaas, weer opnieuw. Maar laat ons onderwijsbestel in de toekomst gekend worden door, naast een horizontale verankering in de regio ook een verticale verankering tussen de opvolgende sectoren van onderwijs. Laat de filosofie talent oriented herkenbaar zijn, in elke onderwijssector. Horizontaal en vertikaal verankerd denken, dus.

  5. Maar aan dit wetsvoorstel is ook een groot pijnpunt gekoppeld. Nieuw onderwijskundig denken - en dat is Passend Onderwijs - vraagt ook om nieuwe perspectieven met betrekking tot de opbrengsten van onderwijs. Talent oriented onderwijs vraagt ook talent oriented beoordelen en meten. Daarbij gaat het niet louter om cognitieve talenten, hoe belangrijk ook, maar het gaat zeker ook om de meervoudige talenten van kinderen. We mogen ze niet laten liggen- ethiek- en we kunnen het ons niet permitteren - sociaaleconomisch. Het gaat dan veel meer om de toegevoegde waarde van onderwijs en excellentie en dat verdraagt zich niet met de huidige rigide systematiek van meten en rendementsbeoordelingen. Daarmee staat Passend Onderwijs op gespannen voet. Nieuw onderwijskundig denken vraagt ook om nieuw denken in termen van kwaliteit en kwantiteit. En deze drie organiserende organisaties in Brabant vragen de minister dan ook met klem om dat nieuwe kwalitatieve en kwantitatieve denken mogelijk te maken en te doen ontwikkelen. De docent in de klas heeft het gevoel het kind uit het oog te verliezen door de bril van het huidige rendementsdenken. En deze gap tussen de bestuurder en de docent moet worden opgelost. Deze gap mag niet blijven bestaan.

Tenslotte, een dringende oproep aan de minister.

 

  1. Mevrouw de minister, als u die weg met ons zou willen gaan dan zijn deze drie onderwijsorganisaties gaarne bereid om daartoe het voortouw te nemen. Er is een eeuwen- en eeuwenoud verhaal dat zegt "geen talent mag onder de korenmaat verborgen blijven". Maar dat aloude verhaal is nog steeds meer dan actueel. Laten we er werk van maken.

 

Rob Franken